Picture1

Onderzoek risicoverevening 2026: het ggz-model (deel I)

In opdracht van het ministerie van VWS deed Gupta onderzoek naar de doorontwikkeling van het risicoverevenings­model voor de geestelijke gezondheidszorg. Het huidige ggz-model compenseert verzekeraars onvoldoende voor ggz-gebruikers, vooral voor mensen met hoge kosten.

Wat hebben we onderzocht?
We onderzochten drie sporen. Ten eerste of nieuwe databronnen waarde toevoegen, namelijk jeugdzorggegevens voor 18- en 19-jarigen en poh-ggz-data. Ten tweede hoe een nieuw morbiditeits­kenmerk op basis van ZPM-data eruit kan zien. We selecteerden daarvoor met een Random Forest negen voorspellende variabelen en werkten drie beslisboom­varianten uit. Ten derde of twee- en vierstaps­regressie een betere schattings­methode is dan de huidige.

Belangrijkste bevindingen

  • Beide databronnen hangen inhoudelijk samen met ggz-gebruik. Voor 18- en 19-jarigen met een jeugdzorg­verleden is het gebruik hoger, maar de groep is klein en het aanleveren van de data complex. Poh-ggz-gebruik verhoogt de kans op ggz-gebruik vijfvoudig, maar de data is in de huidige vorm niet geschikt.
  • Alle drie de varianten van het nieuwe kenmerk verbeteren de verevenende werking ten opzichte van het huidige model. Het eenvoudige kenmerk scoort het best op stabiliteit en doelmatigheids­prikkel. Het complexe kenmerk presteert het sterkst op verevening, maar kent het hoogste gamingrisico.
  • Twee- en vierstaps­regressie verbeteren de verevening op individueel niveau beperkt, maar verslechteren die op polisniveau. We bevelen ze op dit moment niet aan.
  • De structurele ondercompensatie voor zware ggz-gebruikers blijft ook met deze aanpassingen bestaan. Dat komt door het wisselende karakter van ggz-gebruik. We adviseren daarom om ook naar andere maatregelen te kijken, zoals gevalsnormering of een aanpassing van de drempelwaarde voor hogekosten­compensatie.
Download hier het volledige rapport »